Vertel mij wat / druk 1
Vertel mij wat / druk 1
R. Kerseboom

Vertelstijl

het vertellen

Goed, het verhaal is in stukjes geknipt. Je weet niet op de letter hoe het verhaal gaat, maar wel grofweg. Je weet in elk geval de belangrijke gebeurtenissen en het verloop. Tijd om te vertellen, maar hoe?

verschillende stijlen

Vertellen kan op verschillende manieren. Elke stijl heeft zo zijn voor en nadelen. Om een gevarieerd verhaal te krijgen kunnen de stijlen worden afgewisseld.

  1. Beschrijvend vertellen
    De verteller verteld neutraal, ziet en weet alles. Bijvoorbeeld: "Het is een zonnige dag, Linda zit in haar mooiste kleren op een bankje in het park, Terwijl Jan nog in de bus zit, hij heeft de halte gemist".

  2. Uitbeeldend vertellen
    De verteller beeld situaties en personages uit, maar verteld niet vanuit de personages. Bijvoorbeeld: "Jan pakte de telefoon en tikte een sms in". Terwijl de verteller dit ook uitbeeld.

  3. Vertellend spelen
    De verteller kruipt in de huid van de personages, speelt en spreekt vanuit het personage. Dit is bijna toneelspel. Bijvoorbeeld: "Waar is mijn telefoon, ah hier. Even kijken: l i e v e   L i n d a ...".

  4. Terzijde vertellen
    De verteller stapt even uit het verhaal en heeft een onderonsje met het publiek. Bijvoorbeeld: "Ja, dan moeten jullie weten, Jan en Linda kennen elkaar nog niet zo lang, vandaar."

Vertelperspectief

Het vertelperspectief is de plek die de verteller in het verhaal inneemt. Er zijn twee perspectieven te onderscheiden;

  1. Intern vertelperspectief
    De verteller is een personage in het verhaal. Hij is op dit moment niet van alles op de hoogte en verteldt alleen vanuit het perspectief van het personage.

  2. Extern vertelperspectief
    De verteller verteldt het verhaal als buitenstaander en is van alles op de hoogte.

Oefening

Deze oefeningen kun je het best met twee personen doen.

beschrijvend vertellen

Pak een willekeurige krant en kies hier twee berichten uit. Een ernstig ongeluk doet het goed en de opening van iets heel leuks of zo. Beide personen lezen nu los van elkaar de berichtjes door. Persoon 1 leest nu beide berichtjes voor alsof hij er persoonlijk mee te maken heeft en er zeer verdrietig van is. Daarna leest persoon 2 dezelfde berichtjes voor, maar nu alsof het iets belachelijks is waar best om gelachen kan worden.

Uitbeeldend vertellen

Kies een bekend sprookje. Probeer dit sprookje nu binnen twee minuten te vertellen, race er maar lekker doorheen. Tijdens het vertellen moeten alle onderdelen die uitgebeeld kunnen worden ook daadwerkelijk uitgebeeld worden. Let op dat je niet vanuit de personen gaat praten, je blijft in de rol van verteller.

Vertellend spelen

Zoek het Jip en Janneke verhaaltje "oogjes in de buik" op en lees dit door. Leg het verhaal nu aan de kant. Pappa komt thuis en wil weten wat er precies gebeurd is. Jip doet eerst zijn verhaal, gespeeld door persoon 1, vertel in geuren en kleuren hoe Jip e.e.a. ervaren heeft. Nu doet Janneke haar verhaal, gespeeld door persoon 2. Nu verteldt Janneke in geuren en kleuren hoe zij e.e.a. ervaren heeft. Ga lekker op in je rol, word Jip of Janneke.

volgende >>