Ontwikkelingsgebieden
vier tot zeven jaar
- Lichamelijk
- Leert knippen, binnen lijntjes kleuren.
- Kan rennen, klimmen, huppelen.
- Verbetering in evenwicht en oog- hand coördinatie
(gooien, vangen, klimrekken, springen, tekenen).
- Ontwikkeling links- en rechtshandigheid.
- Verstandelijk
- Fantasie is werkelijkheid.
- Nieuwsgierig, onderzoekend, ontdekken (wat doe jij?)
- Snapt begrippen als goed en kwaad, vies en lekker,
maar ziet alles zwart/wit.
- Visuele indrukken werken sterker dan luisteren.
- Leren door herhalen (nog een keer, nog een keer)
- Emotioneel
- Eigen willetje.
- Karakter wordt duidelijk.
- Gevoelens nemen grote plaats in,
snelle stemmingswisselingen.
- Ik-besef, maakt zich bezorgd (gewond raken, dood gaan).
- Op onderzoek vanuit vertrouwde omgeving.
- Grote behoefte aan prijzende woorden,
geruststelling en troost.
- Sociaal
- Naspelen volwassenen.
- Sterke band met thuis.
- Vriendschap door interactie.
- Spelen in groepen als individu (Dit is mijn bal).
- Ontdekken verschil jongens en meisjes.
- Kan zich moeilijk verplaatsen in anderen.
- Kan zich houden aan vaste regels.
- Kan omgaan met verboden.
‹ top ›
Zeven tot elf jaar
- Lichamelijk
- Grote behoefte aan bewegen.
- Durf en lichamelijke kracht zijn belangrijk.
- Basisvormen van bewegen (huppelen, duiken, enz.)
- Ontdekken van de omgeving (uitproberen, onderzoeken).
- Handigheid, technieken worden beoefend
(technisch lego, computer, enz.)
- Verstandelijk
- Weet verschil tussen fantasie en werkelijkheid.
- Groot opmerkinsvermogen
(ziet/hoort alles, oog voor details).
- Kan een kwartier lang goed concentreren.
- Wil precies van alles weten (hoe, wat, waarom).
- Leert lezen en schrijven.
- Gaat verbanden leggen.
- Neemt niet alles zonder meer aan.
- Legt verzamelingen aan.
- Emotioneel
- Vertelt graag.
- Eigen geweten, handelt daarnaar uit eigen overtuiging.
- Kan praten over gevoelens, aangeven wat hem dwars zit,
kan verklaring geven voor eigen gedrag.
- Bouwt een eigen wereldje op (geheimtaal).
- Sociaal
- Gaat steeds meer met anderen spelen.
- Thuis is de basis, maar durft verder weg te gaan.
- Wisselende vriendjes.
- Kan spelregels hanteren.
- Tolereerd geen ongewoon gedrag.
- Kan groepsrollen herkennen (jij speelt altijd de baas).
- Winnen wordt belangrijker.
‹ top ›
elf tot veertien jaar
- Lichamelijk
- Lenig, behendig, snel (grote interesse in sport).
- Lichamelijk presteren, de technische vaardigheid
gaat sterk vooruit.
- Eerst nog lichamelijke harmonie (voor de pubertijd).
- Ontwikkeling van de geslachtsorganen.
- Bewust worden van eigen kracht.
- Verstandelijk
- Wordt kritisch, gelooft niet alles wat verteld wordt.
- Kan een onderdeel in een groter geheel plaatsen.
- Kan aangeven wat oorzake en motivatie van eigen
handelen zijn.
- Vermogen informatie systematisch in categoriën
op te slaan.
- Emotioneel
- Alles wordt anders, onzekerheid.
- Zeer wisselende gevoelens.
- Gaat nadenken over zichzelf.
- Kan zich eenzaam voelen.
- Heeft er veel voor over om bij de groep te horen.
- Over zichzelf praten is leuk en moeilijk tegelijk.
- Kan goed verwoorden wat hij ergens van vindt.
- Wil niet beschouwd worden als een eenling.
- Sociaal
- Krijgen van verkering.
- Kleine, veilige vriendenclubs.
- Groepsprestaties zijn belangrijk.
- Maakt zich los van thuis en ouderen.
- Zoekt een ideaal, vereert een idool
(bijv. popster, sporter).
- Tactisch samenspelen.
- Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid gaan groeien.
- Houdt bij conflicten rekening met anderen.
‹ top ›
veertien tot zeventien jaar
- Lichamelijk
- Weet zich met zijn houding geen raad,
is stuntelig en slungelig.
- Minderwaardigsheidsgevoel, uiterlijk is erg belangrijk.
- Ze lijken volwassen.
- Ontdekt eigen kracht.
- Identiteit wordt gevormd.
- Verstandelijk.
- Ontwikkeling tot gehele zelfstandigheid.
- Zelf beslissingen nemen.
- Kritisch, algemene regels moeten ter discussie
gesteld worden.
- Eigen grenzen bepalen.
- Theoretiseren (ellenlange discussies).
- Emotioneel
- Experimenteren met eigen identiteit (kleding,
muziek, image).
- Oriënteert zich op eigen normen en waarden,
lijkt alsof hij alleen doet waar hij zin in heeft.
- Onzeker, overgevoelig voor reacties van anderen.
- Kan af en toe onredelijk zijn.
- Sociaal
- Zoekt naar acceptatie.
- De andere sekse heeft grote invloed op doen en laten.
- Zetten zich sterk af tegen ouderen en vaste normen.
- Individuele prestaties.
- Vriendengroepen met uitsluitend seksegenoten, later meer
gemengde groepen.
- Uitgesproken oordelen over anderen, uittesten van regels,
uitlokken van reacties.
‹ top ›