Bres Spelenboek / druk 11
Bres Spelenboek / druk 11
-

Voor overal

Wanneer

Veel spelletjes, handig voor als je even tijd over hebt.

Boter, kaas en eieren "life"

Trek op de grond een rooster van vier bij vier vakken. Met zes of acht spelers vorm je twee teams, de kruisjes en de rondjes. De spelregels zijn hetzelfde als voor het spel op papier. Om beurten gaat één van de spelers van elk team in een willekeurig vakje staan. het team dat als eerste drie van zijn spelers op een rij krijgt, scoort een punt.
‹ top ›

De enkele knoop

Wie kan er in een touw een overhandse steek (enkele knoop) leggen met de volgende regel erbij: Pak met elke hand een uiteinde van het touw en laat dit niet meer los.

Hoe werkt het?
Doe je armen over elkaar, zoals je vroeger op school moest gaan zitten. De rechterarm onder de linkerarm en de linkerarm over de rechterarm. Pak nu de uiteinden van het touw en strek je armen, de knoop is gelegd.
‹ top ›

Fluisterspelletje

Alle spelers zitten in een kring. Eén speler bedenkt een zin en fluistert die zin in het oor van zijn linkerbuurman. Deze fluisterd de zin in het oor van zijn linkerbuurman. Zo gaat de zin de kring rond. De laatste persoon in de kring zegt de zin nu hardop. Blijft er nog iets over van de eerste zin.
‹ top ›

Ik zit

Ik zit, ik zit op een stoel, ik zit op een stoel naast...

Alle spelers zitten op een stoel in de kring. Eén speler is hem en gaat in het midden van de kring staan. De speler rechts van de leeggekomen stoel gaat zo snel mogelijk op die lege stoel zitten en zegt "Ik zit". De speler die nu naast de lege stoel zit gaat ook zo snel mogelijk op die lege stoel zitten en zegt "Ik zit op een stoel". De volgende doet hetzelfde en zegt "ik zit op een stoel naast ..." en noemt de naam van een willekeurige speler in de kring. De genoemde speler gaat zo snel mogelijk op de lege stoel zitten. Waardoor zijn eigen stoel vrijkomt. Alles begint nu opnieuw met de speler die rechtst van die stoel zit.

De speler in het midden van de kring probeert om op de lege stoel te komen. Als dit lukt gaat de speler die op die stoel moest gaan zitten in het midden.
‹ top ›

Jager en prooi

Alle speler staan naast elkaar achter een lijn. Ze krijgen de naam van een dier. Als de spelleider de naam van een dier roept, rennen alle dieren zo snel mogelijk naar de overkant. De speler die de naam van het genoemde dier heeft probeert intussen zo veel mogelijk medespelers te tikken.

De jager is nu dus zijn prooien aan het vangen. Het aantal gevangen prooien worden geteld en het spel begint opnieuw. Welke jager vangt de meeste prooien?
‹ top ›

Krantenrugby

De spelers verdelen zich in twee teams en bakenen elk een speelveld af van tien bij tien meter. De twee velden liggen wel tegen elkaar aan. Elk team heeft een krant welke zij moet verdedigen. Deze krant ligt opengevouwen in het midden van hun veld op de grond.

Op de krant van de tegenstander moet gescoord worden. Je scoort door de bal met je handen op de krant van de tegenstander te drukken. Op de krant gooien teld dus niet. Overgooien mag wel.
‹ top ›

Krantentikkertje

Er is een tikker. De overige speler leggen elk een krant neer ergens op het speelveld en gaan erop staan. Zodra de tikker "wissel" roept moeten alle spelers naar een andere krant lopen en erop gaan staan. De tikker probeert de spelers die niet op een krant staan af te tikken. Wie getikt is gaat op een krant zitten en is af. De speler die als laatste moet gaan zitten is de winnaar.
‹ top ›

Letterrooster

Elke speler tekent een rooster van vijf bij vijf hokjes. Om beurten zeggen de spelers een letter, die ze allemaal ergens in hun rooster moeten plaatsen. Het is de bedoeling om zo veel mogelijk woorden te vormen. Dit mag zowel horizontaal als vertikaal. Denk dus goed na waar je de letters neerzet. Als het rooster vol is worden de punten geteld. Elke letter van een goed geschreven woord is één punt waard.
‹ top ›

Lijnenquiz

In het zand worden lijnen getrokken, op één meter van elkaar. Als er geen zand is kan je ook lijnen op de stoep tekenen. Alle spelers staan naast elkaar achter de startlijn. De spelleider stelt een vraag. De speler die als eerste een goed antwoord op de vraag geeft mag een lijn vooruit springen. Als het antwoord fout is moet de speler een lijn achteruit springen. Wie bereikt als eerste de laatste lijn?
‹ top ›

Lijntjeschieten

Trek een lijn in het zand of op de stoep. De spelers gaan op ongeveer drie meter van de lijn staan. Om beurten gooien de spelers een steentje naar de lijn. Komt je steentje op de lijn, dan krijg je vijf punten. Komt je steentje voor de lijn dan krijg je één punt. Komt je steentje achter de lijn, dan krijg je een strafpunt.
‹ top ›

Muizenvangst

Alle spelers staan in een kring met hun handen op de rug. Eén speler is muizenvanger en staat in het midden van de kring. Het muisje is een kleine bal of iets dergelijks. In de kring wordt de muis achter de ruggen van de spelers doorgegeven. De muizenvanger probeert door goed te kijken waar de muis op dat moment is. Als hij het juist heeft wordt iemand anders de muizenvanger.
‹ top ›

Natte voeten

Teken een cirkel op de grond met een doorsnede van ongeveer één meter. Die cirkel stelt een plas water voor. De spelers geven elkaar een hand en vormen een grote kring om de waterplas. Na het startsein proberen de spelers door te trekken de spelers aan de overkant in de plas te krijgen. Wie "natte voeten" krijgt door in de plas te stappen moet de kring verlaten. De speler die het langst op het droge kan blijven wint.
‹ top ›

Nim

Dit is een oud chinees spelletje met steentjes. Maak met de steentjes een aantal hoopjes. Het maakt niet uit hoeveel hoopjes er zijn en hoeveel steentjes er in een hoopje liggen. Om beurten nemen de spelers één of meer steentjes uit één van de hoopjes weg. Je mag ook in één keer een heel hoopje wegnemen, maar je mag niet uit twee hoopjes tegelijk steentjes wegnemen. Wie erin slaagt het laatste steentje of hoopje stenen weg te nemen wint.
‹ top ›

Nummerbal

Verdeel de spelers in twee teams. Elk team geeft zijn spelers een nummer, te beginnen bij één. De teams stellen zich tegenover elkaar op. De spelers staan naast elkaar achter de achterlijn. In het midden van het speelveld ligt een bal. Nu kan het spel beginnen.

De spelleider roept een nummer. De twee spelers uit elk team met dat nummer proberen zo snel mogelijk bij de bal te komen. Wie als eerste bij de bal is trapt hem weg. De andere speler gaat de bal snel halen. Intussen rent de speler die de bal heeft weggetrapt van de middellijn naar de achterlijn waar zijn team achter staat. Voor iedere keer dat hij bij de achterlijn komt scoort hij een punt voor zijn team. Pas als de speler die de bal gaat halen, de bal op de middellijn legt moet hij stoppen met rennen.

De spelleider noemt nu een nieuw nummer. Welk team heeft als eerste vijftig punten?
‹ top ›

Ooievaarsgevecht

Teken op de grond een cirkel met een doorsnede van ongeveer tien meter. Alle spelers zijn ooievaars die op één been met de armen voor de borst gekruisd in de cirkel staan. Zij proberen elkaar uit de cirkel te duwen of te stoten. Wie zijn "poot" buiten de cirkel zet of op zijn andere "poot" moet steunen is af. Welke ooievaar blijft het langst in de cirkel?
‹ top ›

Pijlentocht

Voor dit spel trek je het best je wandelschoenen aan. Zodat je een flinke tocht kan maken.

Een eerste groep spelers gaat op pad. Bij elke straat die ze tegenkomen, tekenen ze op de grond een pijl in de richting waarin ze verder wandelen. Na een kwartier vertrekt de tweede groep. Zij moeten met behulp van de pijlen de eerste groep volgen. Het is leuk wanneer de eerste groep spelers ook af en toe een opdracht achterlaat voor de tweede groep.
‹ top ›

Staarttikkertje

Er is een tikker. Hij steekt een zakdoek of iets dergelijks losjes achter in zijn broekzak, zodat het uitsteekt als een staart. De tikker probeert zoveel mogelijk spelers te tikken. Wie getikt is blijft ter plekke met de benen gespreid staan. Hij mag nog wel proberen, zonder zich te verplaatsen de staart van de tikker te pakken. Als dat lukt, dan wordt hij de nieuwe tikker. Als de tikker iedereen af heeft kunnen tikken en nog in het bezit is van de staart, is hij de winnaar.
‹ top ›

Tellen tot vijftien

Met de spelers tel je van één tot en met vijftien in de juiste volgorde. Er mag maar één speler tegelijk een getal roepen. Roepen meerdere spelers tegelijk een getal, dan begint het tellen weer van voren af aan.
‹ top ›

Tijdrennen

Elke speler geeft aan de spelleider zijn naam door en het aantal minuten dat hij denkt nodig te hebben om een vooraf afgesproken parcours te lopen. Om beurten lopen de spelers de afstand. De tijd van elke speler wordt met een horloge bijgehouden. De speler die het dichtst bij zijn geschatte tijd zit wint.
‹ top ›

Trek- en sleurkamp

Teken op de grond twee vierkanten waar de spelers ruim in kunnen staan. De spelers vormen twee teams. Elk team gaat in een eigen "kamp" staan. Na het startsein proberen ze spelers van het andere team in hun kamp te trekken zonder zelf in het "kamp" van de tegenstander te gaan staan. Pas als een speler met twee voeten in het kamp van de tegenstander komt is hij "gevangen" en gaat hij meehelpen met het andere team.
‹ top ›

Vlindernet

De spelers zijn vlinders. Zij proberen te ontsnappen aan de vlindervanger met zijn vlindernet. Dit zijn twee spelers die elkaars handen vasthouden en zo een vlindernet vormen. Zonder hun handen los te laten moeten zij proberen een vlinder in hun net te vangen. Elke gevangen vlinder gaat langs de kant staan. Zodra er twee vlinders langs de kant staan worden zij ook een vlindervanger.

Welke vlinder blijft het langst ronddartelen?
‹ top ›

Zaaien en oogsten

Teken in het zand een startlijn. Teken na de startlijn vijf cirkels achter elkaar. Teken daarnaast nog een startlijn met vijf cirkels. Verdeel de spelers in twee teams. Elk team gaat achter een startlijn staan.

Elke speler heeft vijf steenjes of iets dergelijks bij zich. Op het signaal van de spelleider rennen spelers één en "zaaien" in elke cirkel een steentje. Daarna nummer twee enzovoorts. Welke team heeft als eerste zijn steentjes gezaaid?
‹ top ›

Zoek het voorwerp

Alle spelers verlaten de ruimte. Eén speler verstopt een klein voorwerp op een zichtbare, maar niet al te opvallende plaats in de ruimte. De andere spelers komen terug en gaan op zoek naar het voorwerp. Wie het voorwerp heeft gezien gaat op de grond zitten. Het spel gaat door tot alle spelers op de grond zitten. De speler die het voorwerp als eerste heeft gezien mag een nieuwe verstopplek zoeken.
‹ top ›