Badges en Naambadges

Gefaseerd gaan of komen

Wanneer

Soms zijn niet alle kinderen tegelijk aanwezig, maar komen ze aanwaaien. Of omgekeerd, ze gaan één voor één of in groepjes weg. Onderstaande spelletjes zijn geschikt om de aanwezige kinderen te vermaken.

balfabet

De spelers staan in een grote kring met een bal. De eerste speler tikt de bal de lucht in en zegt "a". De speler links van hem tikt de bal weer in de lucht naar de volgende speler en zegt "b". Zo moet de bal de kring rondgaan tot de laatste letter van het alfabet.

Dit kan je ook doen met cijfers tot een afgesproken aantal of met meerdere teams tegen elkaar.
‹ top ›

blinde detective

Een speler is geblinddoekt, twee andere spelers ruilen iets met elkaar; een bril, een petje, hun schoenen... Daarna loopt iedereen wat rond en mag de geblinddoekte zijn blinddoek afdoen.

Hoelang duurt het voordat hij ontdekt welke spelers iets hebben geruild?
‹ top ›

blind schrijven

Een speler is geblinddoekt. Een andere speler gaat achter hem zitten, pakt zijn schrijfhand mer potlood erin en schrijft daarmee een woord op papier. Wanneer de geblinddoekte speler kan raden welk woord het is worden de rollen omgedraaid.
‹ top ›

blind tekenen

Op een tafel wordt een groot vel papier gelegd. Een speler wordt geblinddoekt. Op commando van de andere spelers moet hij een tekening maken.

voorbeeld: "Teken een huis met daarnaast een boom en daarboven de zon. voor de deur staat een man en uit het raam kijkt een kind...".
‹ top ›

Boer en koe

Twee spelers worden geblinddoekt. De ene is boer, de andere zijn koe. Ze staan op een afstand van elkaar. De koe gaat zitten en roept éénmaal "boe". De boer gaat op zoek. De koe mag van plaats veranderen, dan moet hij wel weer "boe" roepen.

Het spel is afgelopen als de boer de koe heeft getikt of als de tijd om is.
‹ top ›

Haasje tikken

Alle spelers lopen rond. Er is een tikker. Als hij iemand getikt heeft moet die speler stil blijven staan en voorover buigen, met zijn handen om zijn enkels en zijn kin op zijn borst. Deze speler kan verlost worden als iemand een haasje over over hem maakt.
‹ top ›

Hoelang is een minuut

Eén of meerdere spelers zingen een liedje. Als een speler denkt dat er een minuut verstreken is stopt hij met zingen. Wie zit het dichtst bij een minuut?

Varieer met een minuut op één been staan of een minuut hardlopen.
‹ top ›

Initiaalzinnen

Iedere speler neemt een voorkeursletter in gedachte. Hij maakt een zin waarvan elk woord met die letter begint. Wie maakt de langste zin?
‹ top ›

kringbal

De spelers staan in een grote kring en gooien of rollen een bal naar elkaar. In het midden staan twee verdedigers die de bal proberen te pakken. Lukt dat, dan moet de speler die als laatste de bal gegooid heeft mee in de kring gaan staan als verdediger tot er uiteindelijk nog maar één speler overblijft. Dit is dan de winnaar.
‹ top ›

Kruiwagen race

De spelers vormen paartjes die samen een kruiwagen vormen. De ene speler gaat op zijn buik liggen en steunt op zijn handen. De andere tilt hem bij de voeten op. Na het startsein racen de kruiwagens naar een afgesproken plek.

Het wordt moeilijker als de kruiwagen een beker water op zijn rug moet meenemen.
‹ top ›

Stille dieven

In het midden van de kring zit een speler met een blinddoek om. Voor hem liggen een aantal willekeurige voorwerpen. De spelers in de kring mogen om beurten proberen zo stil mogelijk iets te stelen. Zodra de geblinddoekte speler een dief hoort, wijst hij in de richting van het geluid. Wordt de dief aangewezen, dan wordt hij de speler in de kring.
‹ top ›

Stoelpoten

De spelers staan in een kring. In het midden staat een stoel. Deze stoel wordt bewaakt door een speler. De spelers in de kring proberen een bal tussen de poten van de stoel te rollen. De bewaker probeert dit te verhinderen. Slaagt een speler erin de bal tussen de stoelpoten door te rollen, dan wordt hij de nieuwe bewaker.

Maak het spel moeilijker door meer ballen te gebruiken.
‹ top ›

voorwerpenruil

De spelers staan in een kring. Ieder krijgt de naam van een voorwerp of dier, zoals een bal, een broek, een kip. Een speler staat in het midden van de kring. Wanneer de spelleider zegt: "Ik ga op reis en ik neem mee, een bal en een kip." verwisselen de spelers met deze namen zo snel mogelijk van plaats. De speler in het midden probeert op een lege plaats van één van deze spelers te gaan staan. Als dit lukt, moet de speler die zijn plaats kwijt is in het midden.
‹ top ›